elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geheugen

geheugen , gehüüegen , onzijdig , geheugen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
geheugen , geheung , geheugen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
geheugen , geheugen , het , geheugens , geheugen Hij hef een best geheugen (Eri), ...een stark geheugen (Bui), ...een geheugen van niks (Rui), Dat zal ik ies goed in mien geheugen prenten (Klv), Mien geheugen lat mij wel ies wat in de steek (Hgv), Zij hef een iezern geheugen (Die), Hij hef een geheugen as een almenak (Bov), ...as een pot (Emm), ...as een iezeren pot een zeer goed geheugen (Ruw), Hie hef een geheugen as een teems (Eex), ...as een zeve slecht geheugen (Bei), Het lig nog kort in het geheugen, want het is gistern gebeurd (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geheugen , gehuüge , zelfstandig naamwoord onzijdig , - , - , geheugen , gehuüge VB: Me gehuüge leet nao, meh ja, wat wêls te, ich gaon oüch al op de tachetig aon. Zw: E gehuüge wie 'n zybaor: een geheugen als een zeef.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
geheugen , ge-eugen , (zelfstandig naamwoord) , geheugen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
geheugen , geheuge , gehuuëge , zelfstandig naamwoord, onzijdig , geheuges/gehuuëges , eerste vorm Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern), Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts); geheugen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal