elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geschenk

geschenk , geschenk , zooveel als: één jaar huur (in den zin van het Beklemrecht), ʼt welk bij overgang door den kooper, enz. der beklemming aan den eigenaar betaald wordt. In het Reglement van het Groningsch Onderw. Weduwen- en Weezenfonds kwam het voor in de beteekenis van één jaar contributie. – Mr. H.O. Feith (Handboekje, enz.) zegt: Indien eene beklemming door verkoop, ruiling, gifte onder levenden of eenige andere overdracht, van den te boek staanden meier op eenen vreemden overgaat, moet deswege een geschenk van twee jaren landhuur worden betaald, waarvan, in den regel, het eene jaar ten laste van den verkooper of overdrager, en het andere ten laste van den kooper of verkrijger valt. Dit geschenk is op twee jaren huur vastgesteld, o.a. bij het Staatsplakkaat van den 16 April 1711. (bl. 29, 30). – Kinderen, die alle of van wie enkele minderjarig zijn, kunnen gezamenlijk te boek gesteld worden tegen betaling van één jaar landhuur tot geschenk (bl. 25, 26). Gaat zulk een plaats over in handen van één dier kinderen, dan wordt er weder één geschenk gevorderd (bl. 26). – Dragen ouders hunne plaats aan één hunner kinderen over, dan behoeft er slechts één, bij overdracht aan vreemden moeten er twee geschenken betaald worden (bl. 30). – In deze provincie bestaan nog enkele eenvoudige beklemmingen, welke in den regel van zes tot zes jaar loopen en alle zes jaren kunnen worden opgezegd, hetzij aan de zijde van den meier, hetzij aan de zijde van den eigenaar. Bij Staatsbesluit bovengenoemd, hetwelk thans nog gevolgd moet worden, is bepaald, “dat de meijeren één jaar huur tot zesjarig geschenk moeten geven op de jaarmalen te verdeelen; zulks dat de meyeren het tot hunne commoditeyt, optie en keur zullen hebben, om elk jaar een zesde of alle drie jaren de helft te betalen.” (bl. 48). Uit die zesjarige huurcontracten hebben zich de beklemmingen ontwikkeld (bl. 25). – Ook wat de heemhuren betreft, bestaan hier nog zes- en driejarige geschenken, en gelden dezelfde regelen als bij de landhuren. Zie ook: beklemrecht, en: inbouken.
anvoarend geschenk = ankomend geschenk = angoand geschenk = geschenk, in den zin van het Beklemrecht, dat bij overgang door den nieuwen meier aan den eigenaar betaald moet worden; Eén geschenk is zooveel als één jaar vaste huur. Staat voor: aanvaardend geschenk = som die betaald moet worden bij het aanvaarden van beklemd land. Vgl. Verdam art. aanvaren 4.
ofvoarend geschenk, ofgoand geschenk, een jaar huur bij overdracht door den verkooper aan den eigenaar te betalen. Zie: beklemrecht.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
geschenk , geschenk , geschink , zelfstandig naamwoord , et; geschenk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
geschenk , geschînk , zelfstandig naamwoord, onzijdig , geschînke , geschînkske , cadeau, geschenk
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal