elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geworden

geworden , geworden , voor het enkele worden. Wat zal er van hem geworden, en diergelijke.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
geworden , geworden , (wederkeerend) loaten = laten begaan. “Hij luit zok geworden as ’n schoap.”
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
geworden , geworden , [gawǫn̥] , opschieten. Ik laote ů geworden: ik laat je je gang gaan. Daor kån ik met geworden: daar kan ik mee uit de voeten. Ik kån der neit met geworden.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
geworden , geworn , werkwoord , all. onbep. w., met goed gevolg verder werken, opschieten. Non kù’j geworn, nu kun je je gang gaan; loa geworn, laat dat aan zichzelf over
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
geworden , geworre , gewérre , Laot ’t mar geworre. Laat het z’n gang maar gaan; Laot mien mar gewérre. Laat mij m’n gang maar gaan.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
geworden , gewérre , toestaan een handeling te verrichten; lòt ’m mèr gewérre “laat hem maar zijn gang gaan”; laote gewérre, met rust laten.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
geworden , gewodden , mee opschieten, b.v.: ’k kan d’r niks mee gewodden = ik kom er niet verder mee.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
geworden , geworden , geweren , Ook geweren (Zuidoost-Drents veengebied) = geworden Hij wil dat nich geworden laoten achterwege laten (Bov), Laot die kinder noou mor even geworden laat ze maar (Eex), Je kunnen alles niet geworden laoten (Row), Wij laot dat stille geworden (Uff), Ik kan met dat peerd niks geworden er niet mee overweg (Klv), Zij kan goed mit het haken geworden (Geb), Die kerel hef een koppel kiender, die kan der ok met geworden! die kan er wat van (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geworden , gewödden , (Gunninks woordenlijst van 1908) geworden
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
geworden , gewodden , werkwoord , in gewodden laoten z’n gang laten gaan, zich er niet mee bemoeien
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
geworden , gewërde , werkwoord , begaan , (laten begaan) laote gewërde (zie: 'laten') VB: Es te dè lees gewërde brik 'r dich 't gaans hoés aof.; gang (zijn gang laten gaan) laote gewërde (mnl: laten gewerden: laten begaan) VB: Laot dè mer gewërde, dè zeuk zich dat waol allemaol eleng oét. Zw:. Zich laote gewërde: niet tegenstribbelen Zw: Dao kên ich neet mêt gewërde: niet mee omgaan.; omgaan (bijv. met gereedschap) gewërde VB: Mêt zoe 'nne botte bèitel kên ich neet gewërde.; tegenstribbelen (niet tegenstribbelen) zich laote gewërde (mnl. 'laten gewerden': laten begaan.) VB: Laot 'm mer gewërde, 'r ês niks koeds van plan.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
geworden , geworre , zijn gang gaan
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
geworden , geworre , geworden, ten deel vallen , Lòt ’m mèr geworre. Laat hem maar even met rust.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
geworden , geworre , werkwoord , gewennen (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
geworden , gewaere , werkwoord , gang laten gaan, zijn
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
geworden , gewòrre , werkwoord , Henk van Rijen –  zijn gang gaan; doorgaan waar men mee bezig is; Henk van Rijen –  Lòt ze mar gewòrre - Laat ze hun gang maar gaan; Bosch geworre - ermee overweg kunnen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal