elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gezegde

gezegde , gezegde , voor: gerucht; zoo gait ʼt gezegde, of: zoo is ʼt gezegde = dat zeggen de menschen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
gezegde , gezëkde , onzijdig , gezëkdes , gezegde.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gezegde , gezegde , het , gezegden, gezegdes , gezegde Het gezegde is dat hij gisteraovend dronken west hef men zegt dat... (Hijk), Het algemien gezegde is: ’t möt wal zo wezen (Sle), Dat was een mooi gezegde van hum hij heeft het mooi gezegd (Eex), Wat een raar gezegde! Zeg dat niet weer! (Pdh), Het is een old gezegde: eerlijk doert het langst (Bov), Het is mar zo’n gezegde, het berust niet op waorheid (Klv), Zo het gezegde zeg, is de waorheid niet wied (Eex), Enkele meinsen hebt heur eigen gezegde: “Laow mar zeggen” stoplap (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gezegde , gezegde , zelfstandig naamwoord , et 1. wijze waarop iemand iets uitdrukt, hetgeen iemand opmerkt 2. vaste uitdrukking 3. gezegde in taalkundige zin
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
gezegde , gezekde , zelfstandig naamwoord onzijdig , gezekdes , - , gezegde , VB: 't Groéselders ês riék aon sjprëkwëurd en gezekdes, loort mer ién dizze book.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
gezegde , gezèkdje , (onzijdig) , gezegde
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
gezegde , gezèkdje , zelfstandig naamwoord , gezèkdjes , gezegde
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
gezegde , gezagdje , gezègkdje, gezégkdje , zelfstandig naamwoord, onzijdig , gezagdjes/gezègkdjes/gezégkdjes , tweede vorm Nederweerts, Ospels; derde vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); gezegde, spreuk
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal