elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gezwak

gezwak , gezwangk , zwak in de zin van lenig, buigzaam.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
gezwak , gezwak , bijvoeglijk naamwoord , lenig.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
gezwak , gezwak , lenig , Vur èùwe lèèfté zéd'de nog goed gezwak, dé hé'k wél gezien, ge zé nie zó wénneg. Voor jou leeftijd ben je nog lenig, dat heb ik wel gezien, je bent nog niet zo min.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
gezwak , gezwak , bijvoeglijk naamwoord , lenig (Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
gezwak , gezwânk , bijvoeglijk naamwoord , conditie, goede, lenig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
gezwak , gezwakt , bijvoeglijk naamwoord , lenig; Frans Verbunt – gespierd, lenig, goed gebouwd, getraind; uitdrukking -  goed gezwakt - nog lenig van leden; Cees Robben – Kik-is-eens-aon... Wè diejen meens nog gezwakt is... (19681115); Toenk nòg goed gezwakt waar gink ’r ok nòg hardlôope ok nòg. (Ed Schilders; Wè zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009); WBD III.1.1:26 'gezwak', 'gezwakt' = lenig; Haor GEZWAK - lenig; WNT ZWAKKEN II 7) Iets met behendigheid, vaardigheid doen, verrichten. In aansluiting bij ZWAK = behendig, vaardig. A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - gezwak- lenig, flink (oostnbr.) Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) -  ; 'gezwak' bijvoeglijk naamwoord  - lenig; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal – GEZWAK bijvoeglijk naamwoord  lenig: hij is goed gezwak - hij is zeer lenig. A.P. de Bont – bnw. en bijw. -'gezwak' - lenig, vlug, rap, wakker, behendig. Z.a. Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  VERZWAKKEN ww - beweegbaarder, leniger maken: en wandelingsken verzwakt de beenen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal