elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: goudvink

goudvink , goldvink , de , goudvink, Pyrrhula pyrrhula coccinea De goldvink is gek op boomknoppen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
goudvink , gooldvinke , zelfstandig naamwoord , de; goudvink
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
goudvink , goldvinke , (zelfstandig naamwoord) , goudvink.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
goudvink , goudvînk , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , goudvînke , goudvînkske , goudvink
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
goudvink , goudvink , zelfstandig naamwoord , goudvink; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - tis mis meej de goudvink: ze zingt nie (D'16) - Het meisje waarmee de vrijer wilde trouwen, bleek minder te bezitten dan hij verwachtte.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal