elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: grasburger

grasburger , graasbörger , mannelijk , graasbörgesj , buiten de vesting wonend burger.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
grasburger , grasburger , iemand die zich belangrijker vindt dan hij eigenlijk is.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
grasburger , graasbörger , zelfstandig naamwoord, mannelijk , graasbörgers , graasbörgerke , burger met (beetje) kleinvee
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal