elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: haarspeld

haarspeld , hoarspel , haarspeld. Zie: spel.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
haarspeld , haorspeldtien , het , haorspeldties , haarspeldje Ik heb mij een nei haorspeltien metnummen van ’t mark (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
haarspeld , haorspelde , zelfstandig naamwoord , de; haarspeld
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
haarspeld , [in het haar gestoken speld] , öörspelde , (zelfstandig naamwoord) , haarspeld.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
haarspeld , haorspel , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , haorspelle , haorspelke , haarspeld
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
haarspeld , haorspèl , hòrspèl , zelfstandig naamwoord , haarspeld; WBD III.4.4:229 'haarpin' = scherpe bocht; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch (1899): ;  HAARSPEL (Kemp. haorspäl), mrv. haarspellen, vklw. haarspelleke(n); hòrspel; Henk van Rijen: haarspeld; Stadsnieuws (rubriek): En knötje wier meej grôote hòrspèlle op zen plòts gehaawe - een haardot werd met grote haarspelden op zijn plaats gehouden. (280609)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
Haarspeld , Haarspeld , woningen en winkels bij Hofplein en Pompenburg (1983) van Carel Weeber (1937)
Bron: Oudenaarden, Jan (2015), Wat zeggie? Azzie val dan leggie! Aspecten van het dialect van Rotterdam, Rotterdam.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal