elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hampelen

hampelen , hampeln , gampeln , (Midden-Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied). Ook gampeln (Ros) = 1. donderjagen, stoeien Van dat gampeln komt mot van (Ros) 2. mank gaan (Midden-Drenthe) Die koou hampelt al zu’n toer met die linker aachterpoot (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hampelen , hâmpele , werkwoord , onhandig werken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal