elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hanengekraai

hanengekraai , hanengekrèei , het , gekraai van hanen Ik weur wakker van het hanengekrèei (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hanengekraai , haonegekraoi , zelfstandig naamwoord , hagelsnoeren in een ei (volgens het volksgeloof komen hagelsnoeren alleen voor in bevruchte eieren) Ook haonetree
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
hanengekraai , hanegekrej , zelfstandig naamwoord, onzijdig , gekraai van een haan
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal