elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hap

hap , [beet] , hap , voor beet, mondvol. Happen voor bijten. Het wordt meestal door en tegen kinderen gezegd.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
hap , hap , voor: mond; hij het ’n groote hap = hij verteert veel geld.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hap , häppien , onzijdig , hapje
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
hap , hap , in de zegswijze ’t is hap, slok, weg!, gezegd van iemand die schrokt, die veel te snel of te gulzig eet. Verkleinvorm happie. Ook: borreltje. Zegswijze da’s gien happie, dat is geen pretje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
hap , hap , de , happen , 1. hap Wij kregen daor een beste hap eten (Rol), Hij nam der een beste hap of (Ros), Ik kun gien hap etten naor binnen kriegen (Pdh), ...deur de hals kriegen (Bov), Wie haren nog zin aan ain hartige hap (Vtm), Aj lekker eten wilt, moej peuzeln; niet hap, sloek, vort! (Eex), Det kost hum een hele hap, det wordt hij good gewaar ien de portemenee (Rui) of Het was een hele hap uut zien portemenee kostte veel geld (Hgv), Het mus in een hap en een snap gebeuren snel (Odo), zie ook happien
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hap , happien , zelfstandig naamwoord , et 1. kleine hap 2. lekker hapje 3. geen kleinigheid, in gien happien
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hap , hapje , het is gien hapje, het is geen kleinigheid (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
hap , hap , zelfstandig naamwoord, mannelijk , hep , hepke , hap
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal