elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hemelgeit

hemelgeit , hemelgeitie , hemelsik, hemelschaop , de , hemelgeities , (Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe). Ook hemelsik (Midden-Drenthe), hemelschaop (Midden-Drenthe) = watersnip, Capella gallinago, z. ook gunterbok
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hemelgeit , hemelgeitien , zelfstandig naamwoord , et; weerlam, watersnip
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hemelgeit , hemelgeit , hemelgeite , zelfstandig naamwoord , de; grote, niet fraai gebouwde vrouw
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hemelgeit , hemelsgeit , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , hemelsgeite , watersnip
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeƫ Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal