elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hooigaffel

hooigaffel , huejgafl , zelfstandig naamwoord , 2-tandige hooivork
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
hooigaffel , hoi-gavel , m , hooigaffel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
hooigaffel , huigaffel , vrouwelijk , huigaffele , huigėffelke , hooigaffel (tweetandige hooivork).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hooigaffel , hoeëjgaffel , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , hoeëjgaffels , hooivork
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal