elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: huiswaarts

huiswaarts , hèivers , bijwoord , huiswaarts , hèivers VB: Ich môt hèivers, aanders kry ich 'n sjoor druüver.; dronken (dronken naar huis gaan) op z'nne kop hèivers goën
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
huiswaarts , haivers , bijwoord , huiswaarts (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
huiswaarts , huivers , bijwoord , (Ospels) huiswaarts
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal