elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hulst

hulst , hòls , (vrouwelijk) , hulst.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
hulst , hülste , (vrouwelijk) , hulst, ilex aquifolium.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
hulst , huls , hulst , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook hulst (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) de = hulst Hulst blif in de winter gruin (Bov), Wai hebben leifst hulst met rooie krallegies (Row), Met ’n bos hulst veegt ze de schörstien (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hulst , hulst , huls, hulse , zelfstandig naamwoord , de; hulst, hulsttakjes
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hulst , höls , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , hulst , VB: Ién de bos köms te waol 'ns hölssjtruúk tiënge, meh neet dêk
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hulst , hols , hulst.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
hulst , hölst , zelfstandig naamwoord, mannelijk , hulst
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal