elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kledage

kledage , kleedaozie , de kleeren, de kleeding, Gron. klijroazie.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
kledage , klijdoazie , klaidoazie , zie: klijroazie.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kledage , klyjasj , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , kleding , VB: 'r Gief de helf van ze salaris aon klyjasj oét.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kledage , [kleding] , kleiaasj , (vrouwelijk) , kleding , Hieël get kleiaasj höbbe: veel kleren hebben.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kledage , klei-jaasj , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kleding
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal