elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kleerhanger

kleerhanger , klérhanger , gebogen hout met een haak om kleren aan op te hangen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
kleerhanger , kleerhanger , de , klerenhanger De kleierhanger is der ofvalen (Eel)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kleerhanger , klerehanger , kleerhanger , zelfstandig naamwoord , de; gebogen houtje of beugel met in het midden een haak, waarop men een kledingstuk hangt zodat het niet kreukt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kleerhanger , [kleerhanger] , kleierhenger , (mannelijk) , kleerhanger
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kleerhanger , kleî-jerhânger , zelfstandig naamwoord, mannelijk , kleî-jerhângers , kleî-jerhêngerke , knaapje
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal