elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klophout

klophout , klophoolt , zelfstandig naamwoord , et; houtblok waar eiken op worden geklopt bij het eekschillen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
klophout , klophout , zelfstandig naamwoord, onzijdig , klophouter , houten hamer, persoon, onhandig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeƫ Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal