elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knappertje

knappertje , [klein voorwerp dat kan knappen] , knäppertien , (zelfstandig naamwoord) , 1. klappertje, donderpoeder. Zie ook: mösseltien; 2. sneeuwbes.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
knappertje , [beschuit] , knäppertien , (zelfstandig naamwoord) , droge en harde biscuit.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
knappertje , knepperkes , (verkleinwoord, meervoud) sneeuwbessen, witte
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal