elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knats

knats , knatsj , mannelijk , knatsje , knėtsjke , knak, geluid van breken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
knats , knatsj , tussenwerpsel , pats-boem , knatsj! VB: knatsj, dao sjproûng 't kepot.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
knats , knaats , knats , bijwoord , (eerste vorm) gek, (tweede vorm) helemaal
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
knats , knaats , knaatsj , zelfstandig naamwoord, mannelijk , (eerste vorm) modder, (tweede vorm) prut; knetsjmodder
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal