elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kruipgat

kruipgat , kroepgat , kruipruimte.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kruipgat , kruupgat , het , kruipgat Hie kwam deur het kruupgat under de vloer (Sle), In de mieste hegen zit nog wal ’n kruupgat (Scho)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kruipgat , kroepgat , (zelfstandig naamwoord) , kruipgat, kruipruimte. Zie ook: kroepruumte.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kruipgat , kroepgaat , (onzijdig) , 1. kruipgat 2. kleine ruimte
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kruipgat , kroepgaât , kroepgaat , zelfstandig naamwoord , kroepgate(r) , kroepgaetje , 1. kruipgat 2. kleine ruimte
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kruipgat , kroêpgaat , zelfstandig naamwoord, onzijdig , kroêpgate(r) , kroêpgaetje , klein huis, klein vertrek, kruipgat
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal