elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kuitelen

kuitelen , kuitelen , (zwak werkwoord, intransitief) , Tuimelen, kantelen. || Pas op, dat die bloempot niet kuitelt. As je zo zitte (zit) te wiebelen, kuitel je nag mit je stoel onderste-boven. – Het woord is ook in Limb. en Antwerpen gebruikelijk (SCHUERMANS 307). Enige voorbeelden uit Holl. schrijvers der 17de en 18de e. vindt men bij DE JAGER, Freq. 1, 337. – Vgl. omkuitelen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kuitelen , koetele , ruilen tusschen kinderen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kuitelen , koutele , koutelde, is gekoutelt/kuitelde, haet of is gekuitelt , tuimelen, buitelen. Hae koum ’t kleef aafgekoutelt: hij rolde van de helling.; kuitele kuitelde, haet of is gekuitelt
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kuitelen , kuiteln , kudeln, kuitern, kuteln , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook kudeln (Veenkoloniën), kuitern (Midden-Drenthe), kuteln (Zuidoost-Drents zandgebied = buitelend, rollen Van de trap kuteln, ...kuiteln (Sle), Hij boog zuk te ver veurover en kudelde in het waoter (Erf), Buurman kuitelde mit fiets en al in de sloot (Dwij), Ik bin met die gladheid toch van de biene kuiteld! (Pdh), zie ook kukeln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kuitelen , kuitelen , kutelen, kuiteren , werkwoord , vallen, tuimelen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kuitelen , koetele , koeteltj, koeteldje, gekoeteldj , zich wentelen , Die hoonder koetele zich. Koetele meroetele: spel, dat gespeeld wordt in het zand met een van lappen gemaakte bal.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kuitelen , kutele , kuteltj, kuteldje, gekuteldj , over elkaar heen rollen , Van ’t sjoear aaf kutele.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kuitelen , kutele , werkwoord , kuteltj, kuteldje, gekuteldj , köpke kutele – kopje duikelen ook hötje sjete
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kuitelen , kuitele , werkwoord , rollen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal