elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kukelen

kukelen , keukele , duikelen Köpke keukele Kopje duikelen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kukelen , kukele , hanengekraai.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kukelen , [kraaien] , kukelen , kraaien.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kukelen , kukelen , kukelen, ekukeld , 1. buitelen; 2. kraaien van de haan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kukelen , kukeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , vallen Jan is van de trabbe of kukeld (Vtm), Hij kukelde zo ondersteboven (Schn), zie ook kuiteln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kukelen , kuukeln , duikelen, buitelen. De kiender waern an ’t kopkuukeln.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kukelen , kukelen , werkwoord , vallen, veelal: tuimelend, buitelend
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kukelen , kukele , werkwoord , duikelen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kukelen , kuukele , zwak werkwoord , vallen; WNT: omkukele; Ons moeder waar meej mèn op den èèrm van den onderstre tree van de trap gekukeld en ha der béén gebroken.  (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal