elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kunst

kunst , kunst van koken , zie: op en zat.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kunst , kunsten , (zonder enkelvoud) = voorwendsels, uitvluchten, en synoniem met; kuren, en: knepen; het laatste vooronderstelt onoprechtheid van karakter.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kunst , kunst , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , In een pelmolen. Een houten werktuig, uit smalle latten samengesteld, lang omtrentm, hoog 2 dm en breeddm, en dat dient om, als dat nodig is, ook het grof van het harpsel beneden in het kaar te brengen. || Zet de kunst maar an; er moet wat grof beneden in ’t kaar kommen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kunst  , kuns , kunst.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kunst , köönst , vrouwelijk , kunst
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kunst , koons , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kundigheid
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kunst , kuens , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , het kunnen, bekwaamheid; kuensn, aanstellerij
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kunst , kunste , zelfstandig naamwoord meervoud , Kuren, rare streken. | Ik houw niet van zukke kunste.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kunst , kuns , kóns , mannelijk , kunst, zie ook: kóns.; kóns kunst, zie ook: kuns.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kunst , kuns , kóns , vrouwelijk , kunste/konste , kunske , kunst. Sjtuute is gein kuns: opscheppen is geen kunst. Kunste maake: kunsten maken.; kóns kunst. Sjtuute en in de bóks sjiete is gein kóns: opscheppen is geen kunst.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kunst , kuunst , kunst, keunst, keuinst , de , kuunsten , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook kunst (Veenkoloniën, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe), keunst (Zuidwest-Drenthe), keuinst (Midden-Drenthe) = 1. kunst Het is een kuunst um dat veur mekaar te kriegen (Sle), Dat ken ik ook wel dat is gain kunst (Vtm), ...door is gain kunst an (Eco), Wat een kuunst um ’n olde man de gek an te stikken (Hgv), Hie hef flewielen kuunsties, ...kunsties praatjes (Sle) 2. (mv.) gekheid, onzin Ik mut altied lachen um zien kunsten (Bro), Wat bint dat veur kunsten? (Gas) Dat hest noe mit dien kunsten, bust dien eine klompe kwiet met je fratsen (Bco) *Hebben is hebben en kriegen is de kunst (Row); Op tied gapen dat is een kuunst op het juiste moment toehappen bij de handel (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kunst , keunst , (Kampereiland, Kamperveen) kunst
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kunst , keunsten , (Gunninks woordenlijst van 1908) (alleen meervoud) kuren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kunst , kuns , kunsn , kunst; kunsn, kunsten, praktijken. Die kunsn van ’m die kenne wie al lange.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kunst , keunst , kuunst , zelfstandig naamwoord , de; 1. kunst 2. de bijzondere wijze waarop men iets tot stand brengt 3. frats, gekke gril, rare grap 4. kunst i.t.t. door de natuur voortgebracht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kunst , kuñste , zelfstandig naamwoord , voorwendsels
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
kunst , keuns , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , keunste , keunske , kunst , VB: Dao ês geng keuns aon. VB: Ich haaw van Fraanse sjêlderkeuns oét de 19e iew. VB: 'nnen Hoond keunskes liere.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kunst , kuns , kunst , (vrouwelijk) , kunste , kunsje , kunst , Dao is gein kuns(t) aan. Höbbe is höbbe, mer kriege is de kuns(t). Waat zeen det vuuer kunste?: wat is dat voor een raar gedrag?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kunst , kûnst , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kûnste , kûns(t)je , kunst
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal