elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwade

kwade , kwade , kwaoë , de kwade, enz de meest gebruikelijke naam waardoor de duivel (de Booze) wordt aangeduid.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
kwade , kaoj , kwaden , Ieder ’t ziin én de kaoj niks. Ieder het zijne en de kwaden niets. Ieder geven wat hem toekomt.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kwade , kwaoie , (zelfstandig naamwoord) , kwaaie. Dät is mie een kwaoien!
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kwade , [kwaad persoon] , kwaoje , (mannelijk) , iemand waarvoor je moet oppassen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kwade , kwaoje , zelfstandig naamwoord, mannelijk , de kwaoj , de -, slecht/verkeerd persoon, 'ne -, boos persoon, moeilijk persoon, iets moeilijks
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kwade , kaoje , zelfstandig naamwoord , kwade, een slecht persoon, onaangenaam mens; Interview Jolen - 1978 - “Ik hèb er wèlles gewist, ik kwaam er nòg wèlles…jao, Frits was ginne kaoje” (transcriptie Hans Hessels, 2013)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal