elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwakel

Kwakel , Kwakel , zie Kwatel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kwakel , kwakel , (zelfstandig naamwoord) , Een hoge, smalle houten brug.Thans ongebruikelijk. Op de Kaart v. d. Uytw. Sl. 8 heet de brug over de ringvaart van de Wijde Wormer aan de weg naar Purmerland “quakel”, en op dezelfde kaart worden ook verscheidene andere bruggen aldus genoemd. Een buurtschap in de gemeente Uithoorn heet de Kwakel. Volgens Taalgids 2, 108 is het woord nog in N.-Holl. bekend. Het komt ook elders in Holl. voor, vgl. BLEYSWIJCK, Beschrijv. v. Delft II, 676: “Een houte Quackel ofte Heul van correspondentie om van d’eene wegh op d’ander te konnen komen”.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kwakel , kwakel , vrucht vánne groaven den. (WLD III 4.3, 92)
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
kwakel , kwaakels , zelfstandig naamwoord, meervoud , mestklitten (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kwakel , [koestront] , kwakel , (mannelijk) , kwakele , verdroogde koestront , Die koe haet kwakele ane vot.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kwakel , [bemoeial] , kwakel , (vrouwelijk) , vrouw die zich overal mee bemoeit
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kwakel , kwakel , zelfstandig naamwoord , kwakels , kwaekelke , naar vrouwspersoon zie ook feep, gaanjdj, kernaalje, kring, priej, sjeettent, sjrt, spoeëk, taâtsj
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kwakel , kwakel , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kwakels , kletstante, kwartel, vrouw, slordige
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kwakel , kwakel , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kwakele , (Nederweerts, Ospels) stront, plakkaat gedroogde
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kwakel , kwakele , (meervoud) schaapswolresten, draden, uitgerafelde
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal