elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwastelorum

kwastelorum , kwasteldorum , kwastelorum , voor: kwast, verwaand persoon.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kwastelorum , kwastelórüm , Kwasterige man. Gron. kwasteldorem.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
kwastelorum , [kwasterig persoon] , kwastelórüm , Kwasterige man. Gron.: kwasteldorem.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
kwastelorum  , kwastelorum , gekke kerel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kwastelorum , kwastelorem , iemand die dwaze kunsten vertoont.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kwastelorum , kwastelorem , zelfstandig naamwoord mannelijk , kwastelorems , - , kwibus
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kwastelorum , kwastelorem , zelfstandig naamwoord, mannelijk , vent, rare
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal