elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lammen

lammen , laeme , laemde, is gelaemp , verlammen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
lammen , lamme , lamde, haet gelamp , lammeren werpen; betalen. Hae mous lamme: hij moest betalen. Die zuut oet, of wentse achter de bėssem haet gelamp: zij ziet er slecht uit.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
lammen , laame , 1) geitjes ter wereld brengen; 2) lammeren ter wereld brengen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
lammen , laomen , lammen, lammern, laomern , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook lammen (Zuidoost-Drents veengebied), lammern (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën, Kop van Drenthe), laomern (Zuidoost-Drents veengebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) = lammeren Ie moet op dat schaop verdacht wezen, want die wil laomen (Zwig), ...moet laomern (Eri)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lammen , lamme , werkwoord , lamde, gelamp , werpen , (van schaap) lamme
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
lammen , lame , (meervoud) lammeren
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal