elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: limonade

limonade , limmenaat , mannelijk , lemonade.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
limonade , limonade , limonaode, limenaode , de , Ook limonaode (Zuidwest-Drenthe, noord, Noord-Drenthe), limenaode(Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = limonade Wat moet die kinder drinken? Een glassie limenade? (Hijk), Der wordt meer limenaode dronken as vrouger (Eev)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
limonade , limmenaad , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , limonade , VB: Zoe e keul gläos limmenaad op zoe 'nne wermen däog dèit dich good.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
limonade , liemenat , limonade. ook “limmenat”. wie kent nog het vroegere “kogelfleske”? een limonadeflesje met een glazen knikker in de nek als afsluiting.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
limonade , limmenatje , glaasje limonade.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
limonade , limmenade , (zelfstandig naamwoord) , limonade.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
limonade , limmenâde , limmenâd , limonade
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
limonade , limmenaad , (mannelijk) , limonade , Gaef de kinjer ei glaeske (aanling)limmenaad.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
limonade , limmenaad , limonade
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
limonade , limmenaad , zelfstandig naamwoord, mannelijk , limonade
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
limonade , limmenaade , zelfstandig naamwoord , limonade; ook: 'liemenaade'; Cees Robben – Gift dan mar limmenade zeej...! (19661021)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
limonade , liemenaad , limonade
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal