elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: linde

linde , linde , (vrouwelijk) , linden , linde.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
linde , [linnen] , linde , linnen (1914).
Bron: Beets, A. (1954), ‘Leidse woorden en uitdrukkingen’, in: Bicker Caarten, A. (red.), Leids Volksleven, Leiden: Sijthoff
Linde , Linj , mannelijk , de Linde, (plaatselijke benaming)
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
linde , linj , mannelijk, vrouwelijk , linje , linjtje , linde, lindeboom.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
linde , linde , liende , de , linden , Ook liende (Zuidwest-Drenthe) = linde Bij elke olde boerderije stiet wel een linde (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Linde , Lende , zelfstandig naamwoord , en var. de; naam van een bekende Stellingwerver rivier: Ned. Linde
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
linde , lên , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , lênne , - , lindeboom , VB: 8 mèi 1950 zién de iewenaw lênne oppe kërkfer ömgehoûwe ömdat ze e gevaor opliéverde vuur de sjpuülende sjaolkeender.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
linde , lîndje , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , lîndjes , lindenboom
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal