elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: logeren

logeren , lozeeren , (zwak werkwoord) , logeeren.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
logeren , lozjeiere , lozjeierde, haet of is gelozjeiert , logeren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
logeren , logeren , lozeren , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook lozeren (Veenkoloniën, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) = logeren Aj oet gasten gingen, duurde dat eein dag, logeren is langer (And), Sinds wij dat knappe nichien hebben te logeren, komp Garriet vake bij oons (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
logeren , lozeren , lozjeren , logeren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
logeren , lozjere , werkwoord , lozjeerde, gelozjeerd , logeren , VB: Oe lozjeert 'r mêt de Broonkdaog?
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
logeren , lozeren , (werkwoord) , lozeren, elozeerd , logeren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
logeren , lozjeêre , lozjieëre , werkwoord , lozjeertj, lozjeerdje, gelozjeerdj , logeren
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal