elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nijptang

nijptang , nieptang , nijptang.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
nijptang , nieptaang , knijptang, tang om stukken van pannen af te knijpen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
nijptang , knieptang , de , 1. nijptang Ik mot een andere knieptange hebben mit dizzend krieg ik er gien spieker meer oet (Bov), Hij kakt niet veur twaalf ure en as hij het döt dan muj het er nog mit de knieptange ofhalen van zeer zuinig iemand (Hgv) 2. oorwurm (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Veenkoloniën), In de dalia’s zit veule knieptangen (Hgv), zie ook gaffeltang
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
nijptang , neptang , nijptang.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
nijptang , nieptang , (vrouwelijk) , nijptang
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
nijptang , nieptang , zie knieptang
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
nijptang , nieptang , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , nieptange , nieptengske , nijptang
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
nijptang , nèptang , zelfstandig naamwoord , knijptang; A.P. de Bont: neptang, zelfstandig naamwoord. vr. - nijptang; Antw. NIJPTANG (ook met verkorte ij uitgespr.: neptang) zelfstandig naamwoord, vrouwelijk. Jan Naaijkens, Dè's Biks: nèptang zelfstandig naamwoord - knijptang
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
nijptang , nieptang , nieptange , nieptengske , nijptang; knijptang
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal