elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pardaf

pardaf , pardaf , pardoes, klakkeloos (1903).
Bron: Beets, A. (1954), ‘Leidse woorden en uitdrukkingen’, in: Bicker Caarten, A. (red.), Leids Volksleven, Leiden: Sijthoff
pardaf , pardaaf , pardoes; klanknabootsing van geweerschot e.d.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pardaf , perdaaf , bijwoord , (Nederweerts, Ospels) plotseling, plotsklaps
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal