elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: peelpuist

peelpuist , pélpoest , boomstronk, de stomp-met-wortels van een afgehakte boom.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
peelpuist , pieëlpoêst , zelfstandig naamwoord, mannelijk , pieëlpuûst/pieëlpoêste , pieëlpuûsje , (Nederweerts, Ospels) kienhout
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal