elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: permitteren

permitteren , permeteëre , permitteren, veroorloven Dè kan’k me nie permeteëre Dat kan ik me niet veroorloven.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
permitteren , permeteiere , permeteierde, haet of is gepermeteiert , permitteren. Is ’t gepermeteiert: mag ik?
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
permitteren , pèrmeteere , werkwoord , veroorloven, jammeren. 1. Ik kan ’t me nie pèrmeteere òm èlk jaor op rèès te gaon. Ik kan het me niet veroorloven ... 2. Mins lig toch nie zò te pèrmeteere!. Mens hou toch op met je geklaag.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
permitteren , permitteren , dringend bidden, smeken. Zoals foeteren eigenlijk betekent ‘vloeken met foutre!’, aaien ‘strelen met aai!’ en jammeren ‘klagen met jammer!’ zo is permitteren eigenlijk ‘verzoeken met het woord permitteer!’ Later kreeg het woord de betekenis ‘goedgunstig. welwillend veroorloven’.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
permitteren , pérmetiire , veroorloven , De mènse kunne d'r aojge vórt veul pérmetiire, ge kunt niks mér bedènke dét'ter nie is. De mensen kunnen zich veel veroorloven, je kunt niets meer bedenken wat er niet is. Lig'ter nie zó te pérmetiire, 'r is niks ôn de hand, ge moet'tew aojge nie zó ônstèlle. Lig toch niet zo te klagen, er is niets aan de hand, je moet je zelf niet zo aanstellen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
permitteren , permitteren , perremeteren , werkwoord , permitteren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
permitteren , permetere , wederkerend werkwoord , permeteerde, gepermeteerd , permitteren , (zich permitteren); zich permetere
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
permitteren , permenteren , permitteren, toestaan (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
permitteren , parmenteere , werkwoord , permitteren, klagen, smeken (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
permitteren , permeteêre , permetieëre , werkwoord , permeteertj, permeteerdje, gepermeteerdj , eerste vorm Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern), Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts); klagen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
permitteren , pèrmeteere , zwak werkwoord , pèrmeteere - pèrmeteerde - gepèrmeteerd , "Informant: Piet Mutsaerts: smeken; bidden èn pèrmeteere; Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): ""ik heb er om motten bidden en permeteeren om het te kraigen""; Informant Th. Witters:  ""hij laag me tòch te permietééren' (te smeken); Frans Verbunt: zenèège pèrmeteere - zich veroorloven; WBD III.3.1:263 'permitteren' = smeken 275 'permitteren' = klagen; Reelick, Bosch Woordenboek (1993): permetere - smeken: Hij bleef bidde en permetere. Cornelis Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (Udenhouts; 1978): PERMITTEREN (pèrmetere) onov.ww - smeken, jammerklachten uiten, dikwijls in combinatie met 'bidden'. De Bont, Dialect v. Kempenland (1958): intr.permitteren 1) dringend bidden, smeken; verbinding 'bidden en parmetere'; 2) aangaan, jammeren, klagen. Z.a. Cornelissen & Vervliet, Antwerps Idioticon (1899): PERMETEEREN - misbaar maken, klagen; Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992): pèrmeteere ww - veroorloven, jammeren; WNT PERMITTEEREN - toelaten; verlof geven"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal