elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pers

pers , pors , Pers.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
pers , pors , (werkwoord) , pers. Meijer heeft porsse, persing, zoodat ’t geen verbasterd, maar verouderd woord is. Porsen, = persen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
pers , pers , pars , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Zie de wdbb. || Het linnen onder de pars zetten. Een papierpars. – In een pelmolen. De zware dwarsbalk, waarop het steenspil rust en die de pelsteen draagt. De pars kan met al wat er op rust een paar cm gelicht worden. – De vorm pars is ook elders gebruikelijk, maar wordt in de Zaanstreek dikwijls gehoord.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
pers , passe , vrouwelijk , pers
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
pers , pars , zelfstandig naamwoord de , Variant van pers, bv. in de samenstelling keispars.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
pers , spers , zelfstandig naamwoord de/’t , Amandelpers, spijs. Mogelijk is het woord een contaminatie van spijs en (amandel)pers.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
pers , paesj , vrouwelijk , paesje , paesjke , pers, werktuig om iets uit te persen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pers , prės , vrouwelijk , prėsse , prėske , pers.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pers , pars , pers, parse, paars, paarse , de , parsen , Ook pers (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, in bet. 3. vrij alg.). In bet. 1. en 2. ook parse (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied), paars (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), paarse (Veenkoloniën). In samenstellingen vervalt dan de -e = 1. pers om iets samen te persen De pars komp astont; wij gaot alvast hen ’t heuilaand hooipers (Eex), De peerdekop is een deil van de parse van de dörsmachine (Bco), Ze mut èven stoppen, de parse döt het niet meer (Ruw) 2. pers om iets uit te persen Ik moet nog even de pers ophalen honingpers (Sle) 3. drukpers Aj de pars magt geleuven, mut er nog hiel wat bezunigd worden (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pers , pors , 1) pers; 2) egketting.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
pers , pässe , pers
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pers , pârse , drukpers.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
pers , passe , pers , zelfstandig naamwoord , de 1. werktuig waarmee men perst, samendrukt, uitperst 2. drukpers 3. journalisten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pers , pës , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , pëse , pëske , pers , VB: Mêt 'n pës wörde de appele gepës en van 't säop wörd sjrôp gemak.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
pers , pors , pers (stro)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
pers , pärse , (zelfstandig naamwoord) , pers, mangel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
pers , pèrs , pers , De pèrs dreejde óp vólle toere. De pers draaide op volle toeren.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
pers , pörs , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , pörse , pörske , drukpers
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
pers , pörs , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , pers (journalistiek), pers (vruchten)
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal