elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: piemel

piemel , piemel , m , a/ penis b/ apart iemand.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
piemel , piemel , mannelijk , piemele , piemelke , penis; tenger iemand; bangerik.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
piemel , piemel , de , piemels , (Midden-Drenthe) = kieskeurige eter Wat een piemel met het eten (Gro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
piemel , piemel , de , piemels , penis Hij zat met zien piemeltien te speulen (Coe), Hai staait de hail dag met handen bai de piemel met de handen in de zak niets te doen (Eev), z. ook piel I, pummel
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
piemel , bummel , de , bummels , (Zuidoost-Drents zandgebied) = penis Hie leup met de bummel oet de boks, wat een zwien (Dal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
piemel , piemel , zelfstandig naamwoord , de 1. penis 2. (verkl.) jongetje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
piemel , piémel , zelfstandig naamwoord mannelijk , piémele , piémelke , penis , piémel; jongen (kleine jongen) piémel
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
piemel , pieleke , piemeltje
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
piemel , [klein persoon] , pemel , (mannelijk) , pemele , 1. klein persoon 2. pemele = dunne haren , Eine slappe pemel: een slap persoon.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
piemel , piemel , (mannelijk) , piemels , piemelke , 1. penis 2. klein persoon
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
piemel , pemel , zelfstandig naamwoord , pemels , pemelke , lange sliert (ongekamd, ongewassen) haar
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
piemel , piemel , zelfstandig naamwoord, mannelijk , piemels , piemelke , bangerik, penis, persoon, tenger
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal