elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pijlappel

pijlappel , piêlappel , zelfstandig naamwoord, mannelijk , piêlappel(e) , piêleppelke/piêleneppelke , appelbol; piêlenappel (Nederweerts, Ospels) appelbol
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal