elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: plaatbol

plaatbol , plaatbol , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Meestal in verkl. plaatbolletje. Een soort van wittebrood, bestaande uit acht zeer hard gebakken kleine ronde broodjes aan elkaar (4 en 4). De plaatbolletjes worden op een plaat gebakken. Vgl. bol I, 1. – Evenzo heeft men elders plaatbrood.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
plaatbol , plaetebolle , zelfstandig naamwoord , en var. et; plaatbrood
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
plaatbol , plaatbôl , zelfstandig naamwoord, mannelijk , plaatböl , plaatbölke , kaalkop
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal