elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: plint

plint , pleent , vrouwelijk , plint
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
plint , plint , vrouwelijk , plinte , plintje , plint.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
plint , plint , plinte , de , plinten , Ook plinte (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, veengebieden Oost-Drenthe) = 1. plint, vloerlijst Wij hebt de plinten in de kaomer opnei opvarfd (Gie) 2. oud huis (Midden-Drenthe) Mien vrouw wil niet langer in dizze aole plint wonen (Hoh), z. ook klent, kwint
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
plint , plunt , de , plunten , (Kop van Drenthe) = dik, zwaar stuk hout Die stiel is een heile plunt (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
plint , plinte , plint
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
plint , plinte , zelfstandig naamwoord , de 1. vloerplint 2. oud, vervallen huis; plintien, et; kleine plinte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
plint , pleent , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , pleente , pleentsje , plint , VB: V'r gëve de pleente dezelfde kleur es d'n tepiet.; plint (in broek); pleen VB: Allewyl zién breuk mêt pleente weer ién de mode.; broekomslag pleent
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
plint , plîntj , plînt , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , plînt(j)e , plîntje , eerste vorm Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); plint
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
plint , plènt , zelfstandig naamwoord , plint; Dirk Boutkan (blz. 21) plènt; plint; Henk van Rijen –  plooi aan onderkant broekspijp
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal