elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: poeier

poeier , poejer , m , poeder.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
poeier , poejer , m , loei. Héj gâf d’n bal ’ne flinke poejeren ie zât; 1-0! Hij gaf de bal een flinke trap en hij zat. 1-0!
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
poeier , poejer , mannelijk , poejesj , puujerke , poeier
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
poeier , poeier , puier, pooier , de , poeiers , Ook puier (Zuidwest-Drenthe, zuid in bet. 2., veroud.), pooier (wm) = 1. poeder Deur het lopen had ik vaak een blikgat. Wat poeier der op en klaor is Kees (Hgv), Dat wicht hef een dik stuk poeier op het gezicht make up (Klv), Der stiet nog een bus met karbid, het is almaol poeier (Sle) 2. poeder als medicijn Ik moe drie keer daogs een poeier innemen (Eke), De dokter (...) die had hum een puiertien egeven (ov) 3. klap Geef hum toch een poeier, as hij oe zo pest (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
poeier , pôjjer , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , pôjjers , pujjerke , poeder , VB: Deenks te draon vuur de pôjjer te pakke dy d'n dokter dich vuurgesjriëve hèt?
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
poeier , poejer , harde klap , hij gaaf ’m daor toch ’n poejer! = hij gaf hem toch ’n klap!-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
poeier , poejer , zelfstandig naamwoord, mannelijk , poejers , poeder
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal