elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pofboks

pofboks , pofboks , v , pofbroek, plusfour.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
pofboks , pófbóks , vrouwelijk , pófbókse , pófbukske , pofbroek.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pofboks , pófbóks , lange bóks mit ellestiek oonder inne piêpe (drollevanger).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
pofboks , pófbóks , plusfour, broek met lange pijpen die van onder in een pof hangen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
pofboks , pofboks , pofbroek , de , Ook pofbroek, var. als bij de afzonderlijke woorden = 1. plusfour Wie hebt een tied had, do leupen dei windhappers mit pofbuksen (Bov), Een pofbroek is een drollevanger (Dwi) 2. log figuur met afzakkende broek (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) Die pofboks leup er weer bij te sjokken! (Bal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pofboks , pofbokse , zelfstandig naamwoord , de; pofbroek
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pofboks , [pofbroek] , pófbóks , (mannelijk) , pofbroek
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
pofboks , pófbóks , zelfstandig naamwoord , pófbókse , pófbukske , pofbroek, drollenvanger
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
pofboks , pófbóks , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , pófbókse , pofbroek
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
pofboks , pófbóks , plusfour
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal