elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: present

present , presénte , zelfstandig naamwoord meervoud , Appelsoort, present van Engeland.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
present , presentje , zelfstandig naamwoord ’t , Ook: 1. Cadeautje voor de kraamvrouw. 2. Ironisch voor een onaangename verrassing.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
present , perzènt , present.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
present , prezėnt , onzijdig , prezėnte , prezėnjtje , geschenk.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
present , present , bijvoeglijk naamwoord , 1. aanwezig Zij bint allemaole present, wij kunt begunnen (Hgv) 2. gezond Hij is ziek west, mor hij is weer goed present (Sle), Hoe geet het oe mit menaar, allemaolde nog good present? (Rui), Hij is 89 jaor, mar nog goed present (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
present , present , presentien, persentien , de, het , geschenk, present Ze kwam der an mit een presentien under heur arm (Ros), Nee, door wi’k niks veur hebben, dat he’k je present daon cadeau gedaan (Eev, veroud.); Ook persentien (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) = cadeautje Hij har een presentien, ...persentien veur mij metnummen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
present , prezent , (Gunninks woordenlijst van 1908) cadeau
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
present , persent , present , bijvoeglijk naamwoord , 1. aanwezig 2. helder van geest, er helemaal bij, helemaal de oude, goed gezond
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
present , persent , present , zelfstandig naamwoord , in present geven ten geschenke; persentien, presentien, et; cadeautje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
present , prezént , bijvoeglijk naamwoord , present , VB: De kêns goën meh de bis öm 11 oor prezént.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
present , present , gezond.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
present , prezênt , bijvoeglijk naamwoord , aanwezig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
present , prezênt , zelfstandig naamwoord, onzijdig , prezênte , prezêntje , geschenk, procent
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal