elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: prijzig

prijzig , priizig , prijzig
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
prijzig , priezig , priezigger, priezichste , duur.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
prijzig , priezig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , duur De hoezen binnen hier nogal priezig (Eel), In die grote winkel muj niet wèzen, daor bint ze aordig priezig (Koe), Op het boelgoed is alles flink priezig van de haand egaone (Hav)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
prijzig , prîêzig , duur
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
prijzig , priezig , bijvoeglijk naamwoord , prijzig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
prijzig , prijzeg , bijvoeglijk naamwoord , duur (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
prijzig , [prijzig] , priezig , prijzig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
prijzig , priêzig , bijvoeglijk naamwoord , duur
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal