elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: prooi

prooi , prooi , de , prooien , prooi Die hond lat zien prooi nooit weer lös (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
prooi , proeaj , (vrouwelijk) , proeaje , pruuejke , prooi
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
prooi , proeëj , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , proeëje , prooi
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
prooi , prooj , zelfstandig naamwoord , "typering v.e. meisje N. Daamen (handschrift 1916) – ""'t is 'n malsche prooi (over een dik meisje sprekende)""; WNT PROOI - 4) schimpnaam voor een vrouw (verouderd); vergelijk: prij"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal