elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pulken

pulken , pulken , ook polken. Aan eene roof of wond – is er met de vingers aan werken.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
pulken , pulken , Trekken, rukken, men hoort het zeggen van kinderen, als ze bij v. in den neus wroeten en peuteren: ‘Lig toch zoo niet te pulken in de neuze.’ ’t Woord is door verzetting der l één met plukken, als born en bron enz.
Bron: Buser, T.H. (1856-1861), ‘Geldersch Taaleigen’, in: De Nederlandsche Taal 1856, 1: 13-17, 163-188; 1857, 2: 194-217; 1858, 3: 271-278; 1859, 4: 186-197; 1861, 6: 61-68.
pulken , pülken , (zwak werkwoord) , iets zachtjes naar zich toehalen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
pulken , poerleken , (poerlǝkǝ) , (zwak werkwoord, intransitief) , Pulken, peuteren (Krommenie). Synon. poereken, purreken. || Zit niet zo in je neus te poerleken.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
pulken , pulleke , peuteren In de neus pulleke In de neus peuteren.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
pulken , pulleke , werkwoord , 1. Peuteren. | Zit niet in je neus te pulleken. 2. Gretig of onmatig drinken (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
pulken , pulen , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. pulken IJ moet niet aal an die buzen zitten te pulen (Sle), Hij zit aal in de neus te pulen, hij het vaast last van wörms (Row), Hij puulde het vlaais van de bot of (Row), Het jonkie puult de krint der oet en et hum op (Eex) 2. puilen De boek puult over de boks hen (Sle), De naod zit lös, de voering puult er oet (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pulken , pulken , zwak werkwoord, onovergankelijk , pulken Zit niet zo in de neuze te pulken (Coe), Hij zit mit een messie onder de nagels te pulken (Flu), Mit een naolde hef hij de splinter der uut epulkt (Flu), z. ook pulen, pluren, purken
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pulken , pulken , (Kampen) in neus of oor peuteren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pulken , pölleke , peuteren , Ge moet nie in'new neus zitte te pölleke, dé's nie schón, vat’tew’we snotlap mér'res. Je moet niet in je neus zitten te peuteren, dat is niet netjes, neem je zakdoek maar eens.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
pulken , pulken , puulken, poelken , werkwoord , peuteren, pluizend aan iets trekken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pulken , puelke , werkwoord , puelkde, gepuelk , pulken , VB: Doég neet zoe oonsjmäokelik, sjej oét mêt aon d'n naos te puelke.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
pulken , pukkele , pulleke , pulken, peuteren , In oew neus pukkele. In je neus peuteren.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
pulken , päöleke , werkwoord , päölektj, päölekdje, gepäölektj , peuteren
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
pulken , pölleke , zwak werkwoord , pölleke - pöllekte - gepöllekt , pulken, peuteren; Zit nie aaltij in oew neus te pölleke. Cees Robben – Ons Nölleke zit te bölleke en aon de mik te pölleke. (19730914); Cees Robben – Gij meut de krintjes nie uit de mik pölleke... (19750516); Quinten - Zitte wir in oew neus te pölleke om unne polling te vange... (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990); CiT (31) 'Ge mot nie aon dè bölleke pölleke'; WNT PULKEN (l) - trekken, plukken, peuteren
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal