elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: raspel

raspel , raspel , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , raspele , respelke , rasp , VB: Mêt 'n raspel de mesjaot fién vriéve.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
raspel , raspel , zelfstandig naamwoord , rasp (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
raspel , raspel , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , raspels , respelke , rasp
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal