elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: reiken

reiken , reiken , (zwak werkwoord) , reiken.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
reiken , reike , reikde, haet gereik , reiken; strekken, toereikend zijn. Waat ich dich gelank höb reik dat: heb je voldoende aan hetgeen ik je gaf, is het toereikend? ’t Is reikes: het is toereikend, genoeg.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
reiken , rieken , werkwoord , reiken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
reiken , raaike , werkwoord , raaik, raaikte, geraaikt , reiken, aanreiken Zie ook tenderaaike
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
reiken , rèike , werkwoord , rèikde, gerèik , reiken , VB: Rèik neet zoe wiéd, zit dich de lödder get wyjer..
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
reiken , reike , werkwoord , reîktj/reiktj, reikdje, gereîkdj/gereikdj , reiken; zoeë wied reiktj het hem neêt – dat komt niet in hem op, zover denkt hij niet na
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
reiken , reike , werkwoord , bevatten, reiken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
reiken , rèèke , zwak werkwoord , WBD III.1.2:85 'reiken' = reiken (naar); B rèèke - rèkte - gerèkt; - ook vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij rèkt; Cees Robben – Muug van ’t rèèke... (19580426); rèkt(e) -tegenwoordige tijd/verleden tijd van 'rèèke', met vocaalkrimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal