elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: remspoor

remspoor , remsjpaor , onzijdig , remsjpaore , remsjpäörke , remspoor; poepstreep in broek bij kleine kinderen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
remspoor , [remspoor ] , remspoear , (onzijdig) , 1. remspoor 2. poepstreep in broek
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
remspoor , remspoeër , zelfstandig naamwoord , remspuër , remspuërke , 1. remspoor 2. bruine vlek in de onderbroek ook sjalderie
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
remspoor , remspoor , remspoeër , zelfstandig naamwoord, onzijdig , remspore/remspoeëre , remspeurke/remspuuërke , eerste vorm Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern), Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts); poepstreep (in onderbroek), remspoor
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal