elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bierpap

bierpap , beerpap , pap gemákt ván maelk, mael en beer.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
bierpap , bierepap , zelfstandig naamwoord , bierepappe , bierepappie , nagerecht van karnemelk, donker bier, bloem, stroop en kaneel
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bierpap , [bierpap] , beerpap , (vrouwelijk) , bierpap, zie ook slemp, slemppap
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bierpap , beerpap , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , beerpepke , bierpap
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal